DE FILMKAST
FILMREVIEW

War Machine

Nog niet beoordeeld
Genre
Actie · Sciencefiction · Thriller
Regisseur
Patrick HughesHoofdrollen:Alan Ritchson, Dennis Quaid, Jai Courtney en Esai Morales, Steph
Hoofdrollen
Alan Ritchson, Dennis Quaid, Jai Courtney en Esai Morales, Stephan JamesDuur:109 minutenGekeken op:Netflix
Speelduur
109 minutenGekeken op:Netflix
Platform
NetflixRegie:Patrick HughesHoofdrollen:Alan Ritchson, Dennis Quaid, Jai Cou

Voor een goede oorlogsfilm kun je mij altijd wakker maken. Nou ja, laten we dat maar na mijn beauty slaapje doen. Toen ik Netflix opende, stond War Machine tussen mijn aanbevelingen. Een militaire actiefilm met een elite-eenheid? Dat klonk als een prima manier om mijn avond door te brengen. Ik ben alleen iemand die liever geen trailers kijkt. Geef mij maar een korte beschrijving en dan ontdek ik tijdens het kijken wel wat ik voorgeschoteld krijg. Soms pakt dat geweldig uit, soms niet….

Dus gingen de lampen uit, de televisie en surroundset aan, een bak popcorn erbij en gaan. Alleen bleek ik me dit keer behoorlijk te hebben vergist in het soort film dat ik ging kijken. Wat begint als een traditionele militaire actiefilm, verandert namelijk in iets compleet anders. En hoewel ik daar aanvankelijk niet bepaald enthousiast over was, wist War Machine me uiteindelijk volledig mee te slepen.

Synopsis

Tijdens de zware selectieprocedure voor de Amerikaanse Army Rangers probeert een ervaren militair, die binnen de opleiding alleen bekend staat als nummer 81, een belofte aan zijn overleden broer waar te maken. Wanneer hij samen met andere kandidaten aan de laatste training oefening begint, lijkt de opdracht overzichtelijk: een neergestort experimenteel vliegtuig vernietigen en de piloot uit vijandelijk gebied bevrijden. Maar wat een gecontroleerde militaire oefening had moeten zijn, verandert plotseling in een gevecht op leven en dood. De soldaten ontdekken dat hun missie een stuk gevaarlijker is dan ze ooit hadden kunnen verwachten.

Een belofte die alles verandert

De film begint in een oorlogsgebied, waar twee broers samen dienen in het Amerikaanse leger. Ze dromen ervan om ooit onderdeel te worden van de Army Rangers, een elite-eenheid waarvoor alleen de meest vastberaden militairen worden geselecteerd. Omdat ik vooraf geen trailer had gekeken, ging ik er eigenlijk meteen van uit dat dit de basis van de hele film zou worden. Twee broers die zich aanmelden, samen een loodzware opleiding doorstaan en vervolgens op een gevaarlijke missie worden gestuurd. Misschien een beetje voorspelbaar, maar precies het soort militaire film waar ik op dat moment zin in had.

Alleen komt daar al snel verandering in. Tijdens een plotselinge aanval gaat het verschrikkelijk mis en overleeft een van de broers het niet. De andere broer blijft achter met het verlies en de belofte die ze samen hadden gemaakt. Op hun armen dragen ze dezelfde tatoeage: DFQ, wat staat voor Don’t Fuckin’ Quit. Drie woorden die gedurende de film steeds belangrijker worden. De overlevende broer besluit alsnog de opleiding tot Army Ranger te volgen. Niet omdat hij indruk wil maken op anderen, maar vooral omdat hij zijn broer niet wil teleurstellen. Dat geeft zijn personage meteen een duidelijke motivatie. Hij is niet iemand van grote verhalen, maar van daden. En opgeven staat duidelijk niet in zijn woordenboek.

De training is niet de opbouw, maar het verhaal zelf

Na de opening krijgen we verschillende onderdelen van de Ranger-opleiding te zien. Zware fysieke oefeningen, weinig rust en instructeurs die de kandidaten voortdurend tot het uiterste drijven. Nummer 81 blijkt daar opvallend goed tegen bestand. Hij praat weinig, klaagt nauwelijks en lijkt vooral bezig te zijn met het halen van de eindstreep. Tijdens deze scènes dacht ik eigenlijk dat de film nog volop bezig was met zijn introductie. We zouden eerst zien hoe de hoofdpersoon zijn opleiding afrondt, waarna het echte verhaal zou beginnen.

Maar dat is precies waar War Machine me voor het eerst wist te verrassen. De training is namelijk niet zomaar een voorbereiding op het verhaal. De training ís het verhaal. Dat besef komt wanneer de kandidaten aan hun laatste opdracht beginnen. De zogenaamde Death March moet bewijzen dat ze klaar zijn om daadwerkelijk onderdeel te worden van de Army Rangers. Hun opdracht klinkt als een klassieke militaire missie. Ze moeten een experimenteel vliegtuig opsporen en vernietigen voordat gevoelige technologie in verkeerde handen valt. Vervolgens moeten ze een gevangen piloot bevrijden. Op dat moment zat ik nog altijd te wachten op de traditionele oorlogsfilm die ik dacht te hebben aangezet. Maar daar dacht Netflix duidelijk anders over.

Dat is helemaal geen vliegtuig!

Tijdens hun missie ontdekken de mannen een vreemd object dat op een neergestort vliegtuig lijkt. Ze onderzoeken het, plaatsen explosieven en brengen die vervolgens tot ontploffing. Tot zover niets bijzonders. Alleen gebeurt er na de explosie helemaal niets. Het object lijkt nauwelijks beschadigd en al snel wordt duidelijk dat de soldaten met iets heel anders te maken hebben dan een neergestort vliegtuig.

Wat eerst een onherkenbaar stuk metaal lijkt, verandert plotseling in een gigantische buitenaardse oorlogsmachine. Een soort Transformer, maar dan zonder de vriendelijke bedoeling om de mensheid een handje te helpen. En daar zat ik dan. Klaar voor een ouderwetse militaire actiefilm, terwijl er ineens een enorme robot door het landschap loopt die alles aan flarden schiet. Mijn eerste reactie was vooral teleurstelling. Ik had helemaal geen zin in een sciencefictionfilm. Ik wilde soldaten, militaire missies en een vijand die gewoon terugschiet met een geweer. Maar die teleurstelling verdween verrassend snel.

Vanaf het moment dat de machine tot leven komt, verandert War Machine in een bijzonder vermakelijke survivalfilm. De spanning wordt flink opgevoerd en de soldaten moeten alles op alles zetten om levend terug te keren. Wat volgt is een aaneenschakeling van gevaarlijke situaties waarbij je nauwelijks tijd krijgt om op adem te komen.

Weinig woorden, maar genoeg karakter

Alan Ritchson speelt de hoofdrol als nummer 81. Wie hem kent van Reacher, zal waarschijnlijk niet verbaasd zijn dat hij opnieuw een fysiek indrukwekkend personage neerzet dat liever handelt dan praat. Juist die houding werkt binnen deze film bijzonder goed. Nummer 81 is geen gezellige groepsgenoot die tijdens de training voortdurend grapjes maakt. Hij houdt afstand, richt zich op zijn doel en lijkt weinig behoefte te hebben aan persoonlijke gesprekken.

De andere kandidaten zijn juist een stuk spraakzamer. Ze maken grappen, bouwen onderlinge vriendschappen op en proberen elkaar door de zware opleiding heen te helpen. Maar zodra de missie volledig uit de hand loopt, verandert die verhouding. Nummer 81 blijkt degene te zijn die onder extreme druk het overzicht weet te bewaren. Hij neemt beslissingen, helpt zijn teamgenoten en blijft oplossingen zoeken terwijl anderen vooral proberen niet in paniek te raken. Langzaam ontstaat er daardoor steeds meer respect voor hem. Dat vond ik mooi gedaan. De film probeert niet geforceerd van hem een gezellige groepsleider te maken. Hij blijft grotendeels dezelfde zwijgzame man, maar zijn acties zorgen ervoor dat de anderen hem anders gaan bekijken. Vooral zijn band met nummer 7, gespeeld door Stephan James, krijgt gedurende de film steeds meer betekenis. Ook de leiding van de opleiding vond ik interessant. Dennis Quaid speelt Sheridan, een man die duidelijk meer lijkt te weten over nummer 81 dan hij in eerste instantie laat merken. Dat zorgt voor een klein mysterie rondom de hoofdpersoon, zonder dat de film daar voortdurend de aandacht op vestigt.

Een simpel verhaal dat precies weet wat het wil zijn

Je moet War Machine niet gaan kijken omdat je op zoek bent naar een ingewikkeld sciencefictionverhaal met diepgaande verklaringen. De film vertelt weinig over de oorsprong van de buitenaardse machine en ook de personages krijgen niet allemaal een uitgebreide achtergrond. Normaal gesproken zou ik dat misschien als een minpunt beschouwen, maar hier stoorde het me nauwelijks.

De film weet namelijk precies wat hij wil zijn: een militaire survivalfilm waarin een groep soldaten tegenover een vrijwel onmogelijke vijand komt te staan. En daarin slaagt hij bijzonder goed. De gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op, zonder dat de film onnodige zijwegen inslaat. De machine ziet er indrukwekkend uit en vooral de combinatie van explosies, zware mechanische geluiden en de constante dreiging zorgt ervoor dat je volledig in het verhaal wordt gezogen. Met een goede surroundset is dit dan ook precies het soort film waarbij je het volume graag iets hoger zet. Natuurlijk moet je af en toe accepteren dat de hoofdpersoon wel erg veel kan verdragen. Nummer 81 krijgt behoorlijk wat te verduren en blijft toch telkens weer opstaan. Maar dat past ergens ook wel bij zijn personage. Zijn hele leven draait immers om drie woorden: Don’t Fuckin’ Quit.

Een einde dat eigenlijk pas het begin is

Het einde van War Machine vond ik misschien wel het sterkste onderdeel. Gedurende de film wordt de dreiging steeds groter. De soldaten proberen van alles om de machine uit te schakelen, maar vrijwel niets lijkt te werken. De spanning bouwt zich steeds verder op richting een laatste confrontatie waarin nummer 81 opnieuw tot het uiterste moet gaan. Hoe dat precies afloopt, moet je vooral zelf gaan bekijken.

Wat ik wel kan vertellen, is dat de film zijn einde bijzonder slim laat aansluiten op het begin. Tijdens de opleiding wordt namelijk duidelijk gemaakt dat het behalen van de eindstreep niet betekent dat je klaar bent. Het is juist het moment waarop het echte werk begint. Die uitspraak krijgt aan het einde ineens een veel grotere betekenis en dat vond ik ontzettend sterk. De film weet zijn eigen verhaal op een bevredigende manier af te ronden, terwijl hij tegelijkertijd duidelijk maakt dat er nog veel meer te vertellen valt. Een vervolg zou ik dan ook zeker willen zien. Maar zelfs als dat er nooit komt, vind ik dit een bijzonder geslaagde afsluiting. De film eindigt, maar het grotere verhaal eigenlijk nog niet.

Conclusie

War Machine heeft me behoorlijk verrast. Ik begon de avond met het idee dat ik een ouderwetse oorlogsfilm ging kijken, maar kreeg uiteindelijk een spectaculaire sciencefictionthriller voorgeschoteld. En hoewel ik daar aanvankelijk even van baalde, wist de film me daarna volledig mee te slepen.

Het verhaal is eenvoudig, maar de constante spanning, overtuigende actie en sterke hoofdrol van Alan Ritchson zorgen ervoor dat je nauwelijks tijd krijgt om je te vervelen. Vooral de manier waarop de training en het einde met elkaar verbonden zijn, vond ik erg sterk. Niet alles wordt uitgebreid uitgelegd en sommige personages blijven wat oppervlakkig, maar dat deed voor mij weinig af aan het kijkplezier. War Machine is precies zo’n film waarbij je de popcorn erbij pakt, de surroundset wat harder zet en vervolgens niet meer van de bank komt.

Trailer